Waar gaat het over
Je mond tijdens en na kanker
Een behandeling tegen kanker kan ook de mond raken: het slijmvlies wordt kwetsbaarder, de mond kan droog worden, en bij sommige behandelingen herstelt het kaakbot minder goed. Daarom vraagt mondzorg tijdens en na een kankerbehandeling extra aandacht — bij de eigen tandarts en mondhygiënist, buiten het ziekenhuis.
Het doel is drieledig: veilige mondzorg, complicaties zoveel mogelijk voorkomen, en de gewone controles en behandelingen waar mogelijk gewoon laten doorgaan. Dat geldt ook voor mensen die kanker in het verleden hebben gehad, en voor volwassenen die als kind kanker hadden.
Voor iedereen
De basis tijdens elke behandeling
Goede zelfzorg
Dagelijkse, zorgvuldige mondverzorging is de belangrijkste pijler om klachten in de mond te beperken.
Extra fluoride
Bij actieve cariës of een verhoogd risico daarop adviseert de tandarts extra fluoridemaatregelen.
Uitstel als het moet
Niet-spoedeisende behandelingen worden bij voorkeur uitgesteld als je bloedwaarden of je mond dat op dat moment niet toelaten.
Per behandeling
Waar de tandarts op let
Chemotherapie — bij te lage bloedwaarden worden gewone behandelingen uitgesteld. Is een spoedbehandeling nodig, dan overlegt de tandarts met de specialist.
Stamceltransplantatie — niet-dringende behandelingen bij voorkeur uitstellen tot zes maanden na de transplantatie.
Botafbraak- of angiogeneseremmers — trekken, wortelkanaalbehandeling en sommige tandvlees- of implantaatingrepen geven meer risico op afsterven van kaakbot.
Bestraling van hoofd en hals — kans op droge mond, stijfheid, slikproblemen en smaakverandering, soms nog jaren later.
Kanker als kind — de behandeling kan de groei van kaak en tanden hebben beïnvloed; bij afwijkingen volgt een vroege verwijzing.
Immuno- en doelgerichte therapie — ook deze nieuwere behandelingen en hun gevolgen op lange termijn vallen onder de richtlijn.
Na bestraling
Voorzichtig met het kaakbot
Na bestraling van het hoofd-halsgebied herstelt het kaakbot in het bestraalde gebied minder goed. Een ingreep in dat bot kan leiden tot osteoradionecrose: het afsterven van bot. Hoe groot dat risico is, hangt af van de stralingsdosis op die plek.
In een gebied dat met 25 Gy of meer is bestraald, overlegt de tandarts vóór elke ingreep in het bot (zoals een extractie) altijd met de MKA-chirurg of een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Onder die grens kan behandeling veilig plaatsvinden. Vertel je tandarts daarom altijd dat je bent bestraald.
Blijf na bestraling regelmatig op controle komen, ook als je geen eigen tanden meer hebt. De tandarts controleert dan het slijmvlies en eventuele drukplekken van je prothese.
Wat je zelf kunt doen
Houd je tandarts op de hoogte
- Vertel je tandarts welke kankerbehandeling je krijgt of hebt gehad, ook als dat lang geleden is.
- Meld medicijnen die het bot beïnvloeden, zoals botafbraakremmers — ook als je ze vroeger gebruikte.
- Poets twee keer per dag zorgvuldig en volg het fluorideadvies van je tandarts.
- Heb je last van een droge mond? Bespreek het; er zijn manieren om klachten te verlichten.
Onderbouwing
De nieuwe KIMO-richtlijn
In juni 2026 publiceerde het KIMO de richtlijn 'Extramurale mondzorg tijdens en na kankerbehandeling'. Ze is bedoeld voor tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici die buiten het oncologisch centrum werken, en is door de FTWV en KNMT algemeen verbindend verklaard.
De richtlijn behandelt chemotherapie, stamceltransplantatie, botafbraak- en angiogeneseremmers, immuno- en doelgerichte therapie, bestraling van hoofd en hals en volwassenen die als kind kanker hadden. Meer over mondkanker →
Zie ook
Verwante onderwerpen
- Mondkanker — herkenning en behandeling van kanker in de mond.
- Prothetisch herstel na kanker — functie en uiterlijk terugwinnen na hoofd-halskanker.
- Hyposalivatie — een droge mond, onder meer na bestraling.
- Fluoride — extra bescherming bij een verhoogd cariësrisico.