Wat is het?
Kanker in de mond
Mondkanker ontstaat meestal uit de cellen van het mondslijmvlies. In Nederland krijgen ongeveer 1.000 mensen per jaar mondkanker.
Het komt het vaakst voor op de rand van de tong en de mondbodem, maar ook op het tandvlees, de binnenkant van de wang, het verhemelte of de lip. Zonder behandeling groeit de tumor door en kan hij uitzaaien naar de lymfeklieren in de hals.
Risico
Wie heeft meer kans?
- Roken, ook pruim- en snuiftabak.
- Alcohol. Roken en drinken samen verhogen het risico veel meer dan elk apart.
- Zonlicht, voor kanker op de lip.
- Een verminderde afweer en hogere leeftijd.
Ook mensen die niet roken of drinken kunnen mondkanker krijgen. Een plek die niet weggaat, verdient dus altijd aandacht.
Klachten
Waar let je op?
Mondkanker doet in het begin vaak geen pijn. Let op klachten die niet vanzelf overgaan:
- Een wondje of zweertje dat na 3 weken niet genezen is.
- Een witte, rode of gemengde plek die blijft.
- Een bult, verharding of verdikking in de mond, lip of hals.
- Pijn, een branderig of juist doof gevoel dat blijft.
- Moeite met slikken of kauwen.
- Tanden die zonder reden los gaan zitten, of een kunstgebit dat ineens niet meer past.
Kijk af en toe zelf in de spiegel naar je mond en voel aan je hals. Ga naar de controle bij je tandarts: die kijkt ook naar het slijmvlies.
Hulp zoeken
Wanneer naar de tandarts?
Ga naar je tandarts of huisarts als
- je een wondje, zweertje of plek hebt die na 3 weken niet weg is
- je een bult of verharding voelt in je mond of hals
- je langer dan 3 weken pijn, een doof gevoel of slikklachten hebt
- tanden zonder reden los gaan zitten
Maak met spoed een afspraak als
- een plek snel groter wordt of gaat bloeden
Buiten kantoortijd bel je de tandartsenspoeddienst; het nummer staat op het antwoordapparaat of de website van je eigen tandarts. Lees ook spoed: wat te doen.
Twijfel je? Wacht niet af. Bij mondkanker telt elke week.
Onderzoek en behandeling
Wat gebeurt er?
- DoorverwijzingBij een verdenking verwijst de tandarts of huisarts je naar een kaakchirurg of een centrum voor hoofd-halskanker.
- OnderzoekEr wordt een klein stukje weefsel weggenomen (biopt). Met scans wordt gekeken hoe groot de tumor is en of de lymfeklieren meedoen.
- BehandelplanEen team van specialisten maakt samen een plan.
- BehandelingMeestal een operatie, soms met bestraling of medicijnen erbij.
- NazorgHulp bij praten, slikken, eten en de gevolgen voor het gebit.
Voor bestraling of chemotherapie wordt eerst het gebit gecontroleerd en zo nodig behandeld. Na bestraling van hoofd of hals mag een tand alleen worden getrokken na overleg met de kaakchirurg. Zie mondzorg bij kanker.
Meer over mondkanker · Voor wie meer wil weten
Soort tumor
Meer dan negen op de tien mondtumoren zijn een plaveiselcelcarcinoom. HPV speelt vooral een rol bij kanker in de keel, minder in de mondholte.
Voorstadia
Sommige plekken zijn nog geen kanker, maar geven wel meer risico: leukoplakie (witte plek die niet weg te vegen is), erytroplakie (fluweelrode plek) en de erosieve vorm van lichen planus. Bij een rode of onrustige witte plek wordt een biopt genomen.
Stadia
De arts beschrijft de grootte van de tumor (T), de lymfeklieren (N) en uitzaaiingen (M). Daaruit volgt een stadium van I tot IV. Hoe lager het stadium, hoe gunstiger de vooruitzichten.
Richtlijnen
Waar is deze informatie op gebaseerd?
Deze pagina volgt de landelijke richtlijn Hoofd-halstumoren (Federatie Medisch Specialisten) en cijfers van IKNL. Het advies om na 3 weken te laten kijken komt van de Patiëntenvereniging HOOFD-HALS.
Voor de mondzorg tijdens en na kanker geldt de KIMO-richtlijn Extramurale mondzorg tijdens en na kankerbehandeling (2026).
Zie ook
Verwante onderwerpen
- Leukoplakie — witte plekken die een voorstadium kunnen zijn.
- Mondzorg bij kanker — waar de tandarts op let tijdens en na de behandeling.
- Orale lichen planus — een slijmvliesaandoening die gecontroleerd wordt.
- Prothetisch herstel — functie en uiterlijk herstellen na de behandeling.
- Speekselkliertumoren — andere gezwellen in het mondgebied.